Het verhaal van Harris Dunlap

                                     Met dank aan en met toestemming van:


                                                        Dr. Detlef Oyen, Shaktoolik kennel

                                                 Vertaling en bewerking: Ingrid Reyniers-Duchateau



Het Zero-verhaal. Successen, fok en sport – door Dr. Detlef Oyen.

Onder de verschillende bloedlijnen die de ontwikkeling van de Siberische husky blijvend beïnvloed hebben, overheerst de ZERO-lijn als geen andere. Zoals geen ander was de “vader” van de Zero-loophonden, Harris Dunlap, erin geslaagd door systematisch en tevens wetenschappelijk werkenorm succes in zowel de fok als in de sledehondensport te behalen.

Zoals geen ander heeft Harris Dunlap tevens door zijn succes sledehondenmateriaal verkocht. Dunlap was in Noord-Amerika de absolute topmusher in de tijd dat wij in Europa pas ontdekten dat er buiten de 4 herkende sledehondenrassen ook nog andere rassen bestonden die voor onze sport geschikt zijn.Wat was er dan voor de Europeanen logischer dan honden van Dunlap te kopen? Samen met die honden kwam veel knowhow en Dunlap kwam persoonlijk met de honden mee naar Europa om voordrachten te houden en ons hier een beetje op de goede weg te helpen. Rond die tijd had Dunlap zelf nog maar een klein aantal Siberische husky’s in zijn North American championships team. Hij kwamnaar Europa om ons warm te maken voor de sledehondensport.

Dunlap hadzelf een kennel met meer dan 100 honden. Hij fokte Alaskans van het pooltype (alaskans met Noorse types) Alaskans van het hound-type (gekruist met jachthonden) en tevens raszuivere Siberische husky’s. De boodschap van Dunlap was duidelijk: Het draait om de sport! Het was voor hem van geen belang welk type hond succes had. En dat is de sleutel tot het probleem. Dunlap ontmoette hier midden –Europeanen waarvoor raszuiverheid belangrijker was dan de kwaliteit van de honden. Dunlap stelde zowel Alaskans van het pool-type als Siberische husky’s voor, welke niet van elkaar te onderscheiden waren. Hij bewees aan toehoorders van zijn voordrachten dat zelfs de absolute vakmensen deze honden niet van elkaar zouden herkennen. De boodschap was: waarom blijven jullie Europeanen zich zo halsstarrig vasthouden aan de raszuivere honden terwijl jullie deze honden niet te onderscheiden zijn van Alaskans? De boodschap werd in ieder geval niet zo goed verstaan. De verbluffende gelijkenis van de Zero-Siberians en de Zero-Alaskans werd als bewijs gezien van het kruisen van Siberische husky’s met kruisingshonden. De siberians van Dunlap hadden met hun voorkomen evenveel gemeen met het toenmalige beeld van de sofahond (waarvan de Europeanen toen dachten dat het een sledehond was) als een volbloedArabier van de galloprenbaan met een boerenpaard.

Prestatievermogen en zin voor het lopen van deze honden waren echter niet te vergelijken met het type hond dat wij hier in Europa voor een klassieke sledehond hielden. Het begrip “Alaskan husky” drukte ook een stempel op Dunlap. Voor de Noord-Amerikaanse mushers waren de honden Indian Village dogs, Huslia Husky’s Aurora Husky’s etc. Maar voor de midden-Europeanen was het de gewoonte om in categorieën te denken zoals Siberische husky, Alaskan Malamute etc. Aldus bracht de kruisingshond, die het in Alaska voor de hondenslee goed deed, een naam mee, om juist te zijn, de Alaskan husky. Nu hebben de Noord-Amerikanen iets te verkopen waar we hier een naam kunnen opplakken. Voor Harris Dunlap waren zulke marketing grondprincipes even belangrijk als de vermenigvuldiging van het fokken met het mushen. Door zijn compromisloze verdediging van de sport en door zijn verkoop die onafhankelijk was van het type hond,werd hij zelf in diskrediet gebracht.

Hoe het begon, hoe het verder ging, hoe de Zero-bloedlijn het fokken van de Europese Siberische huskyblijvend zou beïnvloeden, is het thema van het volgende artikel.

De geschiedenis van de  Zerolijn.Begin jaren 60 begon Harris Dunlap met een span raszuivere siberische husky’s die de AKC (American Kennel Club) papieren hadden. Dat waren honden die van mensen zoals Harry Wheeler, Bill Shearer en Donny McFaul kwamen. En hier ben ik mee begonnen zoals vele van ons. Ik had een reu en een teef en ik heb een nestje gedaan. Ik had geen flauw idee wat ik wilde, behalve honden die men samen kon inspannen,aldus Dunlap.



In 1967 ondervond Dunlap dat “zijn" Siberische husky’s zo langzaam waren en heeft hij Alaska ontdekt met zijn snelle honden. In 1990 schrijft Dunlap: “ We hebben momenteel 159 honden, waarvan er maar 27 Siberische husky’s met AKC papieren zijn. Zoals alle andere honden moeten de Siberische husky’s dezelfde kwaliteiten bezitten die hen voor ons een tophond maken. Als fokker ben ik geïnteresseerd in de bloedlijnen/ras van de Siberische husky’s, omdat de Siberische husky voor mij bij de fok hetzelfde betekent als de Arabische paarden voor de meeste werkende paarden tegenwoordig. Siberische husky’s met grote capaciteiten zijn zeldzaam en maar weinige zijn tot hun uiterste uitgeprobeerd. Ik ben in feite de enige die raszuivere Siberische husky’s in een open gespan inde topklasse kan laten lopen” Het verloop over 25 jaar.

De honden die Dunlap van McFaul, Shearer en Wheeler kocht, waren zuivere of zo goed als zuivere Seppala’s. De oorspronkelijke honden waar het mee begon waren KEPA OF OOMIK, OOMIK’S SVEA (afkomstig van de Shady Lady kennel) DECCA OF BROOKVILLE, VALHALLA'S FEYA, SANDANONA’S LANCHE, TONIA OF TAIGU, SNOWMASS COPPER KAYLEE. De achtergrond van deze honden kan deels nagelezen worden in het boek van Doug Willetts over de Seppala’s. De lange weg van de oorsprong tot aan de Zero-honden van de jaren 90 kan men bewijzen aan de hand van stambomen en foto’s, zowel als met diverse studies die uitgevoerd zijn over het thema van de sledehond. Dunlap was reeds lang bezig met een index van de verschillende beschikbare fokpartners, die een 40-tal beoordeling criteria voor de hond bevatte. Samen met Kronfeld is Dunlap de grondlegger van de hedendaagse voeding van de sledehond. Dunlap werkte volgens het systeem van Gilchrist over de anatomische meting voor de standaard van de sledehond. En daarboven was Dunlap en is Dunlap een computerfanatiekeling. Bij hem ging geen enkele informatie verloren. Alles wordt bewaard in de EDV, en is eenvoudig af te drukken.De Zero-lijn is niet hetzelfde als het verhaal van de Siberische Husky. In tegendeel. Toch zal ik proberen om mij in dit deel te beperken tot de bloedlijnen van de honden van Harris Dunlap


De eerste generatie, mijn indeling van generaties is willekeurig. De twee belangrijkste honden die Dunlap van zijn eerste honden fokte waren: ZERO”S THREE SPOTS en ZERO’S RENA. De reu is eigenlijk een Seppala, de teef is een voor 100% ingeteelde Seppala-teef. Deze beide zijn de ouders van de beroemde ZERO’S BUMPER. Bumper is in mijn ogen de stamvader van de Zero- Siberische Husky’s. Hij was een slanke, sneeuwwitte reu die hoog op zijn poten, met opvallende schedel waardoor men tegenwoordig nog de Zero’s kan herkennen. Ik heb Bumper in 1986 in Noorwegen gezien wanneer hij 16 jaar oud was en deze hond had op die leeftijd nog meer klasse dan welke hond in Duitsland die tijd.




Ook Harris Dunlap moet deze hond gewaardeerd hebben. Het is moeilijk anders te verklaren waarom er met deze hond zoveel gefokt werd. Opmerkelijk zijn de veel voorkomende en gedeeltelijke extreme nauwe inteeltparen, die allemaal tot Bumper teruggaan. Dit demonstreert een van de fokprincipes van Harris Dunlap: met tophonden wordt er in bepaalde mate inteelt gepleegd, hetgeen bij ons niet denkbaar is en in het kader van onze fokorde niet haalbaar is. ZERO’S EXTON en ZERO’S ESCAPE zijn echte zusters van Bumper, en die tevens herhaaldelijkvoorkomen in latere generaties.

Het tweede principe in de beginjaren was het opnieuw kruisen van de tweede en derde generatie op de basishonden. In bijzonder BUMPER werd hiervoor gebruikt. Ook worden nakomelingen van Bumper gebruikt. Uit een van deze combinaties kwam ZERO’S DARGO voort, die in Zweden zo belangrijk is voor de fok met Siberische Husky’s. Een andere belangrijke dekreu die op deze manier ontstond, was ZERO’S GLEAMOUR, die in Noorwegen bij Christian Rose-Andersen is. Deze beide laatste generaties brachten honden zoals ZERO’S ROSTOV en Z ERO’S GLOSS OVER en in het bijzonder, ZERO’S CIDER en ZERO’S MILKY WAY voort. Wat deze paren gemeen hebben is het feit dat ze ingezet zijn voor inteelt op de ouders van Bumper, ZERO’S THREE SPOTSen ZERO’S RENA.Een verdere inteelt bracht ZERO’S BIPPO (ZERO’S THREESPOTS x ZERO’S ESCAPE – vader en dochter) GLOSS OVER is de moeder van de beroemde ZERO’S BREW. BIPPO is de moeder van de even beroemde  ’ZERO'S MILKY WAY II. De kans voor Europa.

Dunlap kiest voor Alaskans zelfs tentijde van CIDER, MILKY WAY en MILKY WAY II spelen de  Husky’s van Harris Dunlap een belangrijke rol op het vlak van de fok. In de eerste lijn werden de Siberische Husky’s in onze hoofdbloedlijn gebruikt. De racing hound Husky werd dikwijls met onze (en oudste) groep van fokhonden, de Racing Siberian Husky, gebruikt voor de fok om een groter basistype van de Racing Polar Husky te verkrijgen. Dit laatste type is alom vertegenwoordigd in onze meute” (Dunlap 1990) In ons open team lopen Husky’s van het polar type. Dit is het moment van verkoop van tophonden naar Europa. BUMPER gaat naar Ole björkheim (Noorwegen) CIDER en MILY WAY gaan naar Ingvar de Forest (Zweden) En DARGO ook naar Zweden. Vanaf nu loopt het Zero-verhaal tweeledig. Harris Dunlap zelf concentreert zich op de fok met ZERO’S MILKY WAY II, ZERO’S RORY en ZERO’S BREW. Deze honden duiken op in het North American Team van Dunlap, waarvan de laatste de in 1988 geboren ZERO’S MIXER.



In Scandinavië fokt Ole Björkheim zonder enig succes met Bumper. Ingvar de Forest combineert ZERO’S CIDER met ZERO’S MILKY WAY en krijgt 6 puppies, waarvan er 4 naar Noorwegen worden verkocht. Deze 4 zijn SVEA (eigenaar: Einar Kristen Aas) ZERO (eigenaar: Geir Martinsen) HARRIS (eigenaar: Magnar Aasheim) en FREYA (eigenaar: Kjetl Hillestad)



De noorse fok van Siberische Husky’s wordt door deze 4 honden gerevolutioneerd. Beter zijn ZERO’S SPACEMAN en ZERO’S GLEAMOR in Noorwegen. Deze honden bevinden zich bij fokkers die weten hoe aan te vangen met deze honden. In Zweden is de invloed van Dunlap-honden niet zo groot. De Forest heeft meermaals geprobeerd om dat supernestje, waar hij zelf maar 2 puppies van gehouden heeft, te herhalen maar spijtig genoeg zonder succes. Hij is tevens als topfokker nooit in het voetlicht getreden, wat het vermoeden doet rijzen dat dat nestje een gelukstreffer was. De enige invloedrijke reu in Zweden was ZERO’S DARGO. Ook werd er een interessant paar gevormd, namelijk met ARTIC TRAIL AMBER. De Noren deden datgene genadeloos na wat Dunlap voorgedaan had, inteelt in bepaalde mate van Zero-Siberische Husky’s, zoals wijhet ons niet kunnen voorstellen. En het heeft gewerkt.

In de late jaren 80 werden Harris en Ginger Dunlap uitgenodigd als keurmeester op te treden op een show in Scandinavië. “ Ik kan zeggen dat vele van deze honden zeer nauw liggen aan onze vroegere hoofdfoklijn. De foto’s die ik sindsdien gezien heb tonen de invloed aan van onze basishonden” (Dunlap 1990) In 1992 heeft Dunlap de sledehondensport vaarwel gezegd na 30 jaar. Ik heb op dit ogenblik een grote groep Zero-honden uit eigen fok in mijn bezit, waarvan de ouders en grootouders uit Noorwegen kwamen. Uit de kennel van Dunlap heb ik toen nog 5 honden aangekocht. De gelijkenis tussen de nakomelingen van mijn “Noorse” Zero-honden en mijn “Amerikaans” is frappant. De “grote slag” was de aankoop van ZERO’S MIXER, die in 1990 als leidhond in een Alaskan team de N.A.C. gelopen heeft. Mixer en zijn nakomelingen zijn een voorbeeld van dekwaliteit die de latere Dunlap-honden geven hebben.

Men kan uit hetartikel de indruk krijgen dat Dunlap enkel inteelt en teruggaande kruisingen als manier van fokken gebruikt heeft. Dat is niet helemaal waar. Het klopt dat Dunlap naar gelang het type hond zich op inteelt gefixeerd heeft. Zo heeft hij in 1989 naast een aantal andere honden, de leidhond van Don McEwen, NEKANESU’S JET, een Seppala voor een dekking gebruikt. Tegenwoordig zijn er ook succesvolle sprintteams in midden Europa die zonder honden lopen met een Zero-achtergrond. Men beweerd dat Zero-Siberische honden niet geschikt zijn om lange-afstandswedstrijden te lopen. Men vergeet wel het succes van de Noor Stein Havard Fjestad die met zijn zuiver Zero team de Finnmark-löppet gewonnen heeft. U weet niet wat dat is? De Finnmark-löppet is de langste afstandswedstrijd in Europa, die tussen de 700 en 1000 km lang kan zijn, al naar gelang de weersomstandigheden.

"Op dit moment is de invloed van Harris Dunlap's ZERO lijn nog groot tenoemen. In centraal Europa wordt de basis van o.a. Shaktoolik kennel (Dr. Detlef Oyen) en Trinity kennel (Peter en Petra Nölle) gevormd door de Zero bloedlijnen. Dit heeft zijn vruchten afgeworpen: Beide zijn meervoudig Europees en Wereldkampioen, zowel op de sprint als op middellange afstanden."